onrust
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het verstoord zijn van de maatschappelijke of sociale orde, verstoord zijn van de rust in een bepaalde groep mensen
- het niet kalm of rustig zijn van het gemoed van iemand, het opgewonden zijn
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- wieltje in een mechanisch uurwerk dat ervoor zorgt dat het uurwerk blijft lopen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onrusten | meervoud |
Herkomst
Afgeleid van rust met het voorvoegsel on-
Woordfamilie van onrust
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onrusten | meervoud | onrust |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onrust zijn vastgelegd.