onrustbarend
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- van iets of iemand dat het mensen bang en bezorgd maakt zodat er onrust ontstaat
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onrustbarende | verbogen, stellende trap |
| onrustbarender | onverbogen, vergrotende trap |
| onrustbarendere | verbogen, vergrotende trap |
| onrustbarenders | partitief, vergrotende trap |
| onrustbarends | partitief, stellende trap |
| onrustbarendst | onverbogen, overtreffende trap |
| onrustbarendste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afleiding van onrust naamwoord van handeling baren
Woordfamilie van onrustbarend
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onrustbarende | verbogen vorm | onrustbarend |
| onrustbarender | vergrotende trap | onrustbarend |
| onrustbarendere | verbogen vergrotende trap | onrustbarend |
| onrustbarenders | partitieve vergrotende trap | onrustbarend |
| onrustbarends | partitive, positive | onrustbarend |
| onrustbarendst | uninflected, superlative | onrustbarend |
| onrustbarendste | inflected, superlative | onrustbarend |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onrustbarend zijn vastgelegd.