Naar de inhoud

onderliggen

onder iets of iemand liggen

onderliggen

werkwoord

Betekenis

  1. onder iets of iemand liggen

Vervoeging van onderliggen

onderliggenhele werkwoord — lag onderverleden tijd enkelvoud — lagen onderverleden tijd meervoud — ondergelegenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik lig onder lag onder
jij ligt onder laagt onder
hij, zij, het ligt onder lag onder
wij liggen onder lagen onder
jullie liggen onder lagen onder
zij liggen onder lagen onder
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had ondergelegen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ondergelegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ondergelegen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ondergelegen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ondergelegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ondergelegen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ondergelegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ondergelegen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ondergelegen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ondergelegen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ondergelegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ondergelegen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ondergelegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ondergelegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ondergelegen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
lag onder verleden tijd
lig onder gebiedende wijs
onder te liggen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
onder te zullen liggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
onder zal liggen bijzin, toekomende tijd
onder zou liggen bijzin, voorwaardelijk
onder zouden liggen bijzin, voorwaardelijk
onder zoudt liggen bijzin, voorwaardelijk
onder zullen liggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
onder zullen liggen bijzin, toekomende tijd
onder zult liggen bijzin, toekomende tijd
ondergelegen verleden tijd, deelwoord
ondergelegen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ondergelegen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
onderlaagt bijzin, verleden tijd
onderlag bijzin, verleden tijd
onderlagen bijzin, verleden tijd
onderlig bijzin, tegenwoordige tijd
onderliggend onvoltooid, deelwoord
onderligt bijzin, tegenwoordige tijd
te hebben ondergelegen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen onderliggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal ondergelegen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ondergelegen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ondergelegen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal onderliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal onderliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal onderliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal onderliggen bijzin, toekomende tijd
zou ondergelegen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ondergelegen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ondergelegen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou onderliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou onderliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou onderliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou onderliggen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) onderliggen onder zou(dt) liggen bijzin, voorwaardelijk
zouden ondergelegen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ondergelegen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ondergelegen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden onderliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden onderliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden onderliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden onderliggen bijzin, voorwaardelijk
zoudt ondergelegen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt onderliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt onderliggen bijzin, voorwaardelijk
zullen ondergelegen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ondergelegen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ondergelegen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen onderliggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen onderliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen onderliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen onderliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen onderliggen bijzin, toekomende tijd
zult ondergelegen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult onderliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult onderliggen bijzin, toekomende tijd
zult/zal onderliggen onder zult/zal liggen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van onder en liggen

Woordfamilie van onderliggen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
lag onder verleden tijd onderliggen
lagen onder aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon onderliggen
lig onder gebiedende wijs onderliggen
ligge onder woordvorm onderliggen
liggen onder aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon onderliggen
ligt onder aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon onderliggen
ondergelegen voltooid deelwoord onderliggen
onderlag subordinate-clause, verleden tijd onderliggen
onderlig subordinate-clause, tegenwoordige tijd onderliggen
onderligge with-subordinate-clause onderliggen
onderligt subordinate-clause, tegenwoordige tijd onderliggen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onderliggen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over onderliggen

Wat betekent onderliggen?
Onderliggen is een werkwoord. Het woord betekent: onder iets of iemand liggen.
Hoe vervoeg je onderliggen?
Je vervoegt onderliggen als volgt: het voltooid deelwoord is ondergelegen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord onderliggen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. L 3
  7. I 1
  8. G 3
  9. G 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

onderliggen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. L 3
  7. I 2
  8. G 3
  9. G 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 zonder bonus
  13. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

onderliggen in het kort

onderliggen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van onderliggen zijn 47 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort onderliggen bij een woordfamilie van 11 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

onderliggen: onder iets of iemand liggen
Deel onderliggen — standaardnederlands.nl