omvang
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈɔmvɑŋBetekenis
- omtrek, dikte
- grootte
- uitgestrektheid
- de tonen die een stem of instrument kan voortbrengen, toonomvang
Hoe spreek je omvang uit?
/ˈɔmvɑŋ/
Omvang bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| m | maan |
| v | vis |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van omvangen
- gebiedende wijs van omvangen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van omvangen
Vervoeging van omvang
omvanghele werkwoord