omroepbaas
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de directeur van een omroep of een of meerdere televisiezenders of radiozenders.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| omroepbaasje | verkleinwoord, enkelvoud |
| omroepbaasjes | verkleinwoord, meervoud |
| omroepbazen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van omroep en baas
Woordfamilie van omroepbaas
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| omroepbaasje | verkleinwoord | omroepbaas |
| omroepbaasjes | verkleinwoord meervoud | omroepbaas |
| omroepbazen | meervoud | omroepbaas |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omroepbaas zijn vastgelegd.