occlusie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- afsluiting
- het op elkaar sluiten van tanden en kiezen in ruststand
- insluiting, bv. van een verontreiniging in een kristal, van een gas in een metaal, van de warme sector van een frontale depressie door een koufront (occlusiefront)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| occlusies | meervoud |
| occlusietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| occlusietjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordfamilie van occlusie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| occlusies | meervoud | occlusie |
| occlusietje | verkleinwoord | occlusie |
| occlusietjes | verkleinwoord meervoud | occlusie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van occlusie zijn vastgelegd.