noodwoning
zelfstandig naamwoordBetekenis
- eenvoudige, tijdelijke woning in tijden dat er onvoldoende woningen van betere kwaliteit zijn
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| noodwoningen | meervoud |
| noodwoninkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| noodwoninkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van nood zn en woning zn
Woordfamilie van noodwoning
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| noodwoningen | meervoud | noodwoning |
| noodwoninkje | verkleinwoord | noodwoning |
| noodwoninkjes | verkleinwoord meervoud | noodwoning |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van noodwoning zijn vastgelegd.