nimbus
zelfstandig naamwoord ˈnɪmbʏsBetekenis
- een ring van licht om het hoofd, een aureool, heiligenkrans, stralenkrans, halo
- een optisch verschijnsel in de atmosfeer dat kan optreden wanneer er zich bepaalde atmosferische condities voordoen (met name een ijle nevel van ijskristallen)
- zware wolk
Hoe spreek je nimbus uit?
/ˈnɪmbʏs/
Nimbus bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| ɪ | pit |
| m | maan |
| b | bak |
| ʏ | put |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- ring van licht om het hoofd van een heilige of een godheid
- optisch verschijnsel in de atmosfeer dat kan optreden wanneer er zich bepaalde atmosferische condities voordoen (met name een ijle nevel van ijskristallen)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nimbusje | verkleinwoord, enkelvoud |
| nimbusjes | verkleinwoord, meervoud |
| nimbussen | meervoud |
Herkomst
van Latijn nimbus **[3] in de betekenis van ‘regenwolk’ voor het eerst aangetroffen in 1861
Woordfamilie van nimbus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nimbusje | verkleinwoord | nimbus |
| nimbusjes | verkleinwoord meervoud | nimbus |
| nimbussen | meervoud | nimbus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nimbus zijn vastgelegd.