natuurgebied
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een gebied met opvallende eigenschappen als het gaat om flora, fauna, geologische of landschappelijke gesteldheid, zoals dit bijvoorbeeld tot uiting komt in een grote uitgestrektheid of biodiversiteit
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| natuurgebieden | meervoud |
| natuurgebiedje | verkleinwoord, enkelvoud |
| natuurgebiedjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van natuur en gebied
Woordfamilie van natuurgebied
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| natuurgebieden | meervoud | natuurgebied |
| natuurgebiedje | verkleinwoord | natuurgebied |
| natuurgebiedjes | verkleinwoord meervoud | natuurgebied |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van natuurgebied zijn vastgelegd.