narcis
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een geslacht van bolgewassen uit de narcissenfamilie
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- benaming voor planten uit het geslacht Narcissus, bolgewassen uit de narcissenfamilie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| narcisje | verkleinwoord, enkelvoud |
| narcisjes | verkleinwoord, meervoud |
| narcissen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, mogelijk een eponiem dat verwijst naar de mythologische figuur Narcissus , maar dit werd door Pausanias al betwijfeld; in de betekenis van ‘sierplant’ voor het eerst aangetroffen in 1553
Woordfamilie van narcis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| narcisje | verkleinwoord | narcis |
| narcisjes | verkleinwoord meervoud | narcis |
| narcissen | meervoud | narcis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van narcis zijn vastgelegd.