napraat
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- het napraten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| napraatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| napraatjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van napraten
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van napraten
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van napraten
Vervoeging van napraat
napraathele werkwoord
Herkomst
samenstelling van na en praat zn
Woordfamilie van napraat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| napraatje | verkleinwoord | napraat |
| napraatjes | verkleinwoord meervoud | napraat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van napraat zijn vastgelegd.