naken
werkwoordBetekenis
- dicht naderen, te gebeuren staan
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van naken
nakenhele werkwoord — naakteverleden tijd enkelvoud — naaktenverleden tijd meervoud — genaaktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | naak | naakte |
| jij | naakt | naakte |
| hij, zij, het | naakt | naakte |
| wij | naken | naakten |
| jullie | naken | naakten |
| zij | naken | naakten |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben genaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent genaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| genaakt | verleden tijd, deelwoord |
| genaakt te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| genaakt zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is genaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is genaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| naak | gebiedende wijs |
| naakte | verleden tijd |
| nake | aanvoegende wijs |
| nakend | onvoltooid, deelwoord |
| te naken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn genaakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen naken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart genaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren genaakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren genaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren genaakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was genaakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was genaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was genaakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal genaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal genaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal genaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal naken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal naken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal naken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn genaakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn genaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn genaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn genaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt genaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou genaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou genaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou genaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou naken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou naken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou naken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden genaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden genaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden genaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden naken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden naken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden naken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt genaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt naken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen genaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen genaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen genaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen naken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen naken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen naken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen naken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult genaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult naken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘naderen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van naken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| naak | gebiedende wijs | naken |
| nake | aanvoegende wijs | naken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van naken zijn vastgelegd.