naald
zelfstandig naamwoord naltBetekenis
- een soort gereedschap dat gebruikt wordt voor het aan elkaar bevestigen (naaien) van kledingstukken of andere voorwerpen van stof, zoals leer
- de wijzer van een instrument: kompas, weegschaal enz.
- de aftaster van een grammofoon
- deel van een injectiespuit
- een lang en slank gedenkteken bijvoorbeeld een obelisk
- een aanslaglijst van een deur of raam, ook wel tong- of stolpnaald genoemd
- het lang, slank blad van een conifeer
Hoe spreek je naald uit?
/nalt/
Naald bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| a | maan |
| l | land |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- soort gereedschap dat gebruikt wordt voor het aan elkaar bevestigen (naaien) van kledingstukken of andere voorwerpen van stof, zoals leer
- wijzer van een instrument: kompas, weegschaal enz.
- aftaster van een grammofoon
- lang en slank gedenkteken bijvoorbeeld een obelisk
- aanslaglijst van een deur of raam, ook wel tong- of stolpnaald genoemd
- lang, slank en stijf blad van sommige coniferen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| naalden | meervoud |
| naaldje | verkleinwoord, enkelvoud |
| naaldjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘dunne stift om te naaien’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1156
Woordfamilie van naald
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| naalden | meervoud | naald |
| naaldje | verkleinwoord | naald |
| naaldjes | verkleinwoord meervoud | naald |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van naald zijn vastgelegd.