mustang
zelfstandig naamwoordBetekenis
- verwilderd Amerikaans paard
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mustangetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| mustangetjes | verkleinwoord, meervoud |
| mustangs | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘paardachtige’ voor het eerst aangetroffen in 1863
Woordfamilie van mustang
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mustangetje | verkleinwoord | mustang |
| mustangetjes | verkleinwoord meervoud | mustang |
| mustangs | meervoud | mustang |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mustang zijn vastgelegd.