mout
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- de grondstof voor bier, jenever en whisky, vervaardigd door het laten kiemen van graan, waarbij het aanwezige zetmeel omgezet wordt in vergistbare suikers.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mouten | meervoud |
| moutje | verkleinwoord, enkelvoud |
| moutjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van mouten
- gebiedende wijs van mouten
Vervoeging van mout
mouthele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘ontkiemd graan voor bier’ voor het eerst aangetroffen in 1125
Woordfamilie van mout
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| moutje | verkleinwoord | mout |
| moutjes | verkleinwoord meervoud | mout |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mout zijn vastgelegd.