mousseren
werkwoordBetekenis
- schuimen, bruisen
Vervoeging van mousseren
mousserenhele werkwoord — mousseerdeverleden tijd enkelvoud — mousseerdenverleden tijd meervoud — gemousseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | mousseer | mousseerde |
| jij | mousseert | mousseerde |
| hij, zij, het | mousseert | mousseerde |
| wij | mousseren | mousseerden |
| jullie | mousseren | mousseerden |
| zij | mousseren | mousseerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gemousseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gemousseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemousseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gemousseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gemousseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gemousseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gemousseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gemousseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gemousseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gemousseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gemousseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemousseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gemousseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemousseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gemousseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gemousseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemousseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemousseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| mousseer | gebiedende wijs |
| mousseerde | verleden tijd |
| moussere | aanvoegende wijs |
| mousserend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gemousseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te mousseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen mousseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gemousseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemousseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gemousseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal mousseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal mousseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal mousseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gemousseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemousseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemousseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou mousseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou mousseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou mousseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gemousseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemousseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemousseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden mousseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden mousseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden mousseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gemousseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt mousseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gemousseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemousseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemousseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen mousseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen mousseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen mousseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen mousseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gemousseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult mousseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘schuimen’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van mousseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemousseerd | voltooid deelwoord | mousseren |
| mousseer | gebiedende wijs | mousseren |
| mousseerde | verleden tijd | mousseren |
| mousseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | mousseren |
| mousseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | mousseren |
| moussere | aanvoegende wijs | mousseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mousseren zijn vastgelegd.