most
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gistend vruchtensap, meestal van druiven
- nu
- brug
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mosten | meervoud |
| mostje | verkleinwoord, enkelvoud |
| mostjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘nog niet gegist druivensap’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100
Woordfamilie van most
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mosten | meervoud | most |
| mostje | verkleinwoord | most |
| mostjes | verkleinwoord meervoud | most |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van most zijn vastgelegd.