morfologie
zelfstandig naamwoord ˌmɔrfoloˈɣiBetekenis
- de wetenschap die het vormgeven van woorden bestudeert
- de wetenschap van de bouw van organismen
- de vormen, structuren en texturen van een materiaal op een schaalbereik groter dan het moleculaire
- de wetenschap die de vorm van de oppervlakte van de aarde bestudeert
Hoe spreek je morfologie uit?
/ˌmɔrfoloˈxi/
Morfologie bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| f | fiets |
| o | boot |
| l | land |
| x | acht |
| i | riet |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| morfologieën | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘vormleer’ voor het eerst aangetroffen in 1832
Woordfamilie van morfologie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| morfologieën | meervoud | morfologie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van morfologie zijn vastgelegd.