morfeem
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de kleinst mogelijke morfosyntactische eenheid in een taal
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| morfeempje | verkleinwoord, enkelvoud |
| morfeempjes | verkleinwoord, meervoud |
| morfemen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘betekeniseenheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1934
Woordfamilie van morfeem
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| morfeempje | verkleinwoord | morfeem |
| morfeempjes | verkleinwoord meervoud | morfeem |
| morfemen | meervoud | morfeem |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van morfeem zijn vastgelegd.