Naar de inhoud

moraliseren

zedenkundige beschouwingen houden

moraliseren

werkwoord

Betekenis

  1. zedenkundige beschouwingen houden

Vervoeging van moraliseren

moraliserenhele werkwoord — moraliseerdeverleden tijd enkelvoud — moraliseerdenverleden tijd meervoud — gemoraliseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik moraliseer moraliseerde
jij moraliseert moraliseerde
hij, zij, het moraliseert moraliseerde
wij moraliseren moraliseerden
jullie moraliseren moraliseerden
zij moraliseren moraliseerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gemoraliseerd verleden tijd, deelwoord
gemoraliseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemoraliseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gemoraliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gemoraliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gemoraliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gemoraliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gemoraliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gemoraliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gemoraliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gemoraliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemoraliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gemoraliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemoraliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gemoraliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gemoraliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemoraliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemoraliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
moraliseer gebiedende wijs
moraliseerde verleden tijd
moralisere aanvoegende wijs
moraliserend onvoltooid, deelwoord
te hebben gemoraliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te moraliseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen moraliseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gemoraliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemoraliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gemoraliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal moraliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal moraliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal moraliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gemoraliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemoraliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemoraliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou moraliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou moraliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou moraliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gemoraliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemoraliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemoraliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden moraliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden moraliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden moraliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gemoraliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt moraliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gemoraliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemoraliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemoraliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen moraliseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen moraliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen moraliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen moraliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gemoraliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult moraliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zedenpreken’ voor het eerst aangetroffen in 1481

Woordfamilie van moraliseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gemoraliseerd voltooid deelwoord moraliseren
moraliseer gebiedende wijs moraliseren
moraliseerde verleden tijd moraliseren
moraliseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon moraliseren
moraliseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon moraliseren
moralisere aanvoegende wijs moraliseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van moraliseren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over moraliseren

Wat is de betekenis van moraliseren?
Moraliseren is een werkwoord. De betekenis is: zedenkundige beschouwingen houden.
Hoe vervoeg ik moraliseren?
Zo vervoeg je moraliseren zo: de tegenwoordige tijd is moraliseer, de verleden tijd is moraliseerde en het voltooid deelwoord is gemoraliseerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord moraliseren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. O 1
  3. R 2
  4. A 1
  5. L 3
  6. I 1
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

moraliseren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. O 1
  3. R 2
  4. A 1
  5. L 3
  6. I 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 zonder bonus
  13. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

moraliseren in het kort

moraliseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van moraliseren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort moraliseren bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

moraliseren: zedenkundige beschouwingen houden
Deel moraliseren — standaardnederlands.nl