momboor
zelfstandig naamwoord ˈmɔmborBetekenis
- iemand die als vervanger het ouderlijk gezag uitoefent, bijvoorbeeld bij wezen
- de man die optreedt in de plaats van zijn echtgenote, die geen recht van handelen had
- gevolmachtigd vertegenwoordiger van een overheidslichaam
Hoe spreek je momboor uit?
/ˈmɔmbor/
Momboor bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɔ | bot |
| b | bak |
| o | boot |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als momboir.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| momboir | |
| momboors | meervoud |
| momboortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| momboortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Middelnederlands montbōre, mombōre ‘voogd, zaakgelastigde, burgerlijk bestuurder’, samenstelling van mont (vooral Noord-holl. en Fries) ‘macht, bevoegdheid; voogdij’ en -bōre ‘drager’, nomen agentis bij baren ‘dragen’; zie verder mondig, -boor.
Woordfamilie van momboor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| momboir | masculine | momboor |
| momboors | meervoud | momboor |
| momboortje | verkleinwoord | momboor |
| momboortjes | verkleinwoord meervoud | momboor |
| momboirs | woordvorm | momboors |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van momboor zijn vastgelegd.