mismaakt
bijvoeglijk naamwoord, werkwoord mɪsˈmaktBetekenis
- van een persoon dat hij of zij vanaf de geboorte een duidelijk zichtbare afwijking heeft
Hoe spreek je mismaakt uit?
/mɪsˈmakt/
Mismaakt bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| a | maan |
| k | kat |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mismaakte | verbogen, stellende trap |
| mismaakter | onverbogen, vergrotende trap |
| mismaaktere | verbogen, vergrotende trap |
| mismaakters | partitief, vergrotende trap |
| mismaakts | partitief, stellende trap |
| mismaaktst | onverbogen, overtreffende trap |
| mismaaktste | verbogen, overtreffende trap |
Woordvorm
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mismaken
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mismaken
- gebiedende wijs meervoud van mismaken
- voltooid deelwoord van mismaken
Vervoeging van mismaakt
mismaakthele werkwoord
Herkomst
*vervoeging van mismaken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel
Woordfamilie van mismaakt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mismaakter | vergrotende trap | mismaakt |
| mismaaktere | verbogen vergrotende trap | mismaakt |
| mismaakters | partitieve vergrotende trap | mismaakt |
| mismaakts | partitive, positive | mismaakt |
| mismaaktst | uninflected, superlative | mismaakt |
| mismaaktste | inflected, superlative | mismaakt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mismaakt zijn vastgelegd.