doorwaakt
bijvoeglijk naamwoord, werkwoord dor'waktBetekenis
- van een nacht dat deze wakend is doorgebracht in plaats van slapend
Hoe spreek je doorwaakt uit?
/dorˈwakt/
Doorwaakt bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| o | boot |
| r | rood |
| w | quiz |
| a | maan |
| k | kat |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| doorwaakte | verbogen, stellende trap |
| doorwaakts | partitief, stellende trap |
Woordvorm
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doorwaken
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doorwaken
- gebiedende wijs meervoud van doorwaken
- voltooid deelwoord van doorwaken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doorwaken
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doorwaken
Vervoeging van doorwaakt
doorwaakthele werkwoord
Herkomst
*vervoeging van doorwaken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel
Woordfamilie van doorwaakt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doorwaakts | partitive, positive | doorwaakt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorwaakt zijn vastgelegd.