Naar de inhoud

misleiden

iemand ~ iemand in de waan van iets brengen

misleiden

werkwoord

Betekenis

  1. iemand ~ iemand in de waan van iets brengen

Vervoeging van misleiden

misleidenhele werkwoord — misleiddeverleden tijd enkelvoud — misleiddenverleden tijd meervoud — misleidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik misleid misleidde
jij misleidt misleidde
hij, zij, het misleidt misleidde
wij misleiden misleidden
jullie misleiden misleidden
zij misleiden misleidden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben misleid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent misleid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is misleid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was misleid impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd misleid impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt misleid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal misleid worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal misleid zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou misleid worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou misleid zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had misleid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had misleid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had misleid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden misleid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden misleid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden misleid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt misleid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb misleid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben misleid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben misleid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben misleid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben misleid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt misleid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft misleid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft misleid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is misleid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is misleid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
misleid gebiedende wijs
misleid verleden tijd, deelwoord
misleid te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
misleid te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
misleid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
misleid te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
misleid te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
misleid worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
misleid zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
misleid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
misleid zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
misleid zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
misleidde verleden tijd
misleide aanvoegende wijs
misleidend onvoltooid, deelwoord
te hebben misleid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te misleiden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen misleiden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart misleid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren misleid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren misleid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren misleid voltooid, verleden tijd, derde persoon
was misleid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was misleid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was misleid voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd misleid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd misleid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd misleid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden misleid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden misleid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden misleid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt misleid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word misleid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden misleid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden misleid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden misleid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt misleid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt misleid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal misleid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal misleid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal misleid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal misleid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal misleid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal misleid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal misleid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal misleiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal misleiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal misleiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn misleid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn misleid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn misleid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt misleid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou misleid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou misleid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou misleid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou misleid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou misleid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou misleid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou misleid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou misleid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou misleid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou misleiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou misleiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou misleiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden misleid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden misleid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden misleid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden misleid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden misleid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden misleid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden misleid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden misleid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden misleid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden misleiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden misleiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden misleiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt misleid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt misleid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt misleid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt misleiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen misleid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen misleid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen misleid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen misleid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen misleid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen misleid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen misleid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen misleid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen misleid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen misleiden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen misleiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen misleiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen misleiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult misleid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult misleid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult misleid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult misleiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van mis en leiden

Woordfamilie van misleiden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
misleidde verleden tijd misleiden
misleidden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon misleiden
misleidt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon misleiden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van misleiden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over misleiden

Wat betekent misleiden?
Misleiden is een werkwoord. Het woord betekent: iemand ~ iemand in de waan van iets brengen.
Hoe vervoeg je misleiden?
Je vervoegt misleiden als volgt: de tegenwoordige tijd is misleid, de verleden tijd is misleidde en het voltooid deelwoord is misleid. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord misleiden is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. I 1
  3. S 2
  4. L 3
  5. E 1
  6. I 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

misleiden levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. I 2
  3. S 2
  4. L 3
  5. E 1
  6. I 2
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

misleiden in het kort

misleiden staat in dit woordenboek als werkwoord. Van misleiden zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort misleiden bij een woordfamilie van 3 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

misleiden: iemand ~ iemand in de waan van iets brengen
Deel misleiden — standaardnederlands.nl