minnarij
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de keer dat men elkaar liefheeft; het vrijen; het bedrijven van de liefde
- een (buitenechtelijke) liefdesrelatie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| minnarijen | meervoud |
| minnarijtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| minnarijtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
naamwoord van handeling van minnen met het achtervoegsel -arij
Woordfamilie van minnarij
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| minnarijen | meervoud | minnarij |
| minnarijtje | verkleinwoord | minnarij |
| minnarijtjes | verkleinwoord meervoud | minnarij |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van minnarij zijn vastgelegd.