messing
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ˈmɛsɪŋBetekenis
- legering van koper en zink
- uitsteeksel op een zijde van een plank dat in de groef van een andere plank past
Hoe spreek je messing uit?
/ˈmɛsɪŋ/
Messing bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɛ | bed |
| s | sok |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- gemaakt van geelkoper
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] messing | canonical |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- uitsteeksel langs de zijkant van een plank dat in de groef in de zijkant van een andere plank past
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| messingen | enkelvoud |
| messinkje | verkleinwoord |
| messinkjes | verkleinwoord, enkelvoud |
zelfstandig naamwoord — masculine
- dierenpoep en andere organisch afval van de boerderij verzameld om over het land te verspreiden om dit vruchtbaarder te maken obsolete
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| messingen | enkelvoud |
| messinkje | verkleinwoord |
| messinkjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Woordfamilie van messing
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| messingen | enkelvoud | messing |
| messinkje | verkleinwoord | messing |
| messinkjes | verkleinwoord | messing |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van messing zijn vastgelegd.