meloen
zelfstandig naamwoordBetekenis
- vrucht van de meloenplant
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- meloenplant Cucumis melo uit de de komkommerfamilie (Cucurbitaceae)
- vrucht van een meloenplant Cucumis melo
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| meloenen | meervoud |
| meloentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| meloentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘komkommerachtige vrucht’ voor het eerst aangetroffen in 1477
Woordfamilie van meloen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| meloenen | meervoud | meloen |
| meloentje | verkleinwoord | meloen |
| meloentjes | verkleinwoord meervoud | meloen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meloen zijn vastgelegd.