meervoud
zelfstandig naamwoord ˈmervɑutBetekenis
- woord dat in die vorm aan meerdere voorwerpen, mensen of dieren refereert
Hoe spreek je meervoud uit?
/ˈmervɑut/
Meervoud bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| e | veel |
| r | rood |
| v | vis |
| ɑu | koud |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| meervouden | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘vorm van naamwoord voor een aantal’ voor het eerst aangetroffen in 1584
Woordfamilie van meervoud
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| meervouden | meervoud | meervoud |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meervoud zijn vastgelegd.