mazzel
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ˈmɑzəl/Betekenis
- geluk, goed geluk
Hoe spreek je mazzel uit?
/ˈmɑzəl/
Mazzel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɑ | bad |
| z | zon |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mazzels | meervoud |
| mazzeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| mazzeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mazzelen
- gebiedende wijs van mazzelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mazzelen
Vervoeging van mazzel
mazzelhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Jiddisch, in de betekenis van ‘als tussenwerpsel: afscheidsgroet’ voor het eerst aangetroffen in 1980
Woordfamilie van mazzel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mazzels | meervoud | mazzel |
| mazzeltje | verkleinwoord | mazzel |
| mazzeltjes | verkleinwoord meervoud | mazzel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mazzel zijn vastgelegd.