materie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de bouwsteen waaruit de (waarneembare) wereld is opgebouwd
- materiaal
- thema, stof,
- hmota
- látka
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| materies | meervoud |
| materiën | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘stof’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van materie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| materies | meervoud | materie |
| materiën | meervoud | materie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van materie zijn vastgelegd.