markiezin
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de vrouw van een markies
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| markiezinnen | meervoud |
| markiezinnetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| markiezinnetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van markies met het achtervoegsel -in
Woordfamilie van markiezin
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| markiezinnen | meervoud | markiezin |
| markiezinnetjes | verkleinwoord meervoud | markiezin |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van markiezin zijn vastgelegd.