marechaussee
zelfstandig naamwoord ˌmarəʃoˈseBetekenis
- lid van het korps Marechaussee
Hoe spreek je marechaussee uit?
/ˌmarəʃoˈse/
Marechaussee bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| a | maan |
| r | rood |
| ə | de |
| ʃ | sjaal |
| o | boot |
| s | sok |
| e | veel |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| marechaussees | meervoud |
Herkomst
van Frans maréchausée, in de betekenis van ‘militair politiekorps’ in het jaar 1815 Deze term werd door koning Willem I uit ideologische gronden na de herwonnen onafhankelijkheid van Nederland ingevoerd, ter vervanging van de Franse Gendarmerie nationale . De gens d'armes ("gewapende lieden") bestonden oorspronkelijk uit bewapende volksbrigades, die aan het begin van de Franse Revolutie ten tonele verschenen: ze werden vervolgens officieel op 16 februari 1791 met de ordehandhaving in Frankrijk belast. De oudere maréchausée werd met het monarchale Ancien Régime geassocieerd en vervolgens afgeschaft: de benaming is in het Frans sindsdien in onbruik geraakt.
Woordfamilie van marechaussee
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| marechaussees | meervoud | marechaussee |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van marechaussee zijn vastgelegd.