manilla
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord maˈnɪlaBetekenis
- geurig soort tabak die op de Filipijnen wordt verbouwd
- sigaar gemaakt uit een geurig soort tabak die op de Filipijnen wordt verbouwd
- vezels gewonnen uit de abaca , die sterk zijn en goed tegen zeewater kunnen
- touw gemaakt uit vezels van de abaca
- gemaakt uit of met vezels van de abaca
- deurkruk, deurklink, deurknop
Hoe spreek je manilla uit?
/maˈnɪla/
Manilla bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| a | maan |
| n | nek |
| ɪ | pit |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| manilla's | meervoud |
| manillaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| manillaatjes | verkleinwoord, meervoud |
zelfstandig naamwoord
- vezels gewonnen uit de abaca Musa textilis, die sterk zijn en goed tegen zeewater kunnen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] manilla | canonical |
Herkomst
(verkorting) van verschillende samenstellingen met Manilla en , de hoofdstad van de Filipijnen **[A]: omdat de tabak op de Filipijnen wordt verbouwd **[B]: omdat de abaca op de Filipijnen wordt verbouwd
Woordfamilie van manilla
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| manilla's | meervoud | manilla |
| manillaatje | verkleinwoord | manilla |
| manillaatjes | verkleinwoord meervoud | manilla |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van manilla zijn vastgelegd.