chinchilla
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord tʃɪnˈtʃɪlaBetekenis
- Zuid-Amerikaans knaagdier uit het geslacht der chinchilla's, dat veel gefokt wordt om zijn pels.
- bont van de chinchilla
- van chinchilla
Hoe spreek je chinchilla uit?
/tʃɪnˈtʃɪla/
Chinchilla bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ʃ | sjaal |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| l | land |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- Chinchilla lanigera Zuid-Amerikaans knaagdier uit het geslacht der chinchilla's, dat veel gefokt wordt om zijn pels.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| chinchilla's | enkelvoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘knaagdier’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1840