mandoer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- in het voormalige Nederlands-Indië een leider van een werkploeg of meesterknecht op een fabriek, of de opzichter en onderhouder van een publieke plaats, zoals een badinrichting of een park. Een mandoer was altijd een Indonesiër
- opzichter
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mandoers | meervoud |
Woordfamilie van mandoer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mandoers | meervoud | mandoer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mandoer zijn vastgelegd.