majordomus
zelfstandig naamwoordBetekenis
- hoofd van de huishouding
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| majordomussen | meervoud |
Herkomst
uit het Latijn
Woordfamilie van majordomus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| majordomussen | meervoud | majordomus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van majordomus zijn vastgelegd.