magistraat
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een persoon die rechtspreekt
- een persoon die is verkozen in een openbaar bestuursambt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| magistraatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| magistraatjes | verkleinwoord, meervoud |
| magistraten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘overheid(spersoon)’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1586
Woordfamilie van magistraat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| magistraatje | verkleinwoord | magistraat |
| magistraatjes | verkleinwoord meervoud | magistraat |
| magistraten | meervoud | magistraat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van magistraat zijn vastgelegd.