madera
zelfstandig naamwoord maˈderaBetekenis
- een versterkte , zeer lang houdbare wijn, afkomstig van het eiland Madeira
- hout
Hoe spreek je madera uit?
/maˈdera/
Madera bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| a | maan |
| d | dak |
| e | veel |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- wijn van het eiland Madeira die door een verhoogd alcoholgehalte en lange rijping bij hoge temperaturen lang houdbaar is
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| madera's | meervoud |
| maderaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| maderaatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
geoniem van Portugees madeira naar de herkomst van het eiland Madeira, in de betekenis van ‘rode wijnsoort’ aangetroffen vanaf 1743; op te vatten als (verkorting) van maderawijn
Woordfamilie van madera
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| madera's | meervoud | madera |
| maderaatje | verkleinwoord | madera |
| maderaatjes | verkleinwoord meervoud | madera |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van madera zijn vastgelegd.