machthebber
zelfstandig naamwoord ˈmɑxthɛbərBetekenis
- een persoon met gezag
Hoe spreek je machthebber uit?
/ˈmɑxthɛbər/
Machthebber bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| h | hoed |
| ɛ | bed |
| b | bak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| machthebbers | meervoud |
| machthebbertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| machthebbertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Samenstellende afleiding van macht en de stam van hebben met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van machthebber
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| machthebbers | meervoud | machthebber |
| machthebbertje | verkleinwoord | machthebber |
| machthebbertjes | verkleinwoord meervoud | machthebber |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van machthebber zijn vastgelegd.