macaroni
zelfstandig naamwoord makaˈroniBetekenis
- gebogen pijpjes van deeg
- gerecht op basis van gebogen pijpjes van deeg
- tussen 1650 en 1850 welgestelde jongeman die als onderdeel van zijn opvoeding een reis door Europa maakte vooral gericht op overblijfselen van de klassieke Oudheid; ook gebruikt benaming van hun stijl
- (eerste helft 20e eeuw) Italiaan
Hoe spreek je macaroni uit?
/makaˈroni/
Macaroni bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| a | maan |
| k | kat |
| r | rood |
| o | boot |
| n | nek |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- Italiaan pejorative
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| macaroni's (*) | meervoud |
| macaronietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| macaronietjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘deegspijs’ voor het eerst aangetroffen in 1778
Woordfamilie van macaroni
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| macaroni's | meervoud | macaroni |
| macaronietje | verkleinwoord | macaroni |
| macaronietjes | verkleinwoord meervoud | macaroni |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van macaroni zijn vastgelegd.