maaswerk
zelfstandig naamwoordBetekenis
- netwerk (van mazen en knooppunten)
- de stenen versiering in geometrische patronen in het boogveld van gotische vensters en nissen.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| maaswerken | meervoud |
| maaswerkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| maaswerkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘netwerk’ voor het eerst aangetroffen in 1862
Woordfamilie van maaswerk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| maaswerken | meervoud | maaswerk |
| maaswerkje | verkleinwoord | maaswerk |
| maaswerkjes | verkleinwoord meervoud | maaswerk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van maaswerk zijn vastgelegd.