maaswijdte
zelfstandig naamwoordBetekenis
- lengte van de zonder bijzondere krachtsinspanning tussen haar eindknopen gestrekte, doch niet gerekte maas, nat gemeten, met dien verstande, dat bij meerwandige netten deze meting wordt toegepast op de boezemmaas.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| maaswijdten | meervoud |
| maaswijdtes | meervoud |
Herkomst
samenstelling van maas en wijdte
Woordfamilie van maaswijdte
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| maaswijdten | meervoud | maaswijdte |
| maaswijdtes | meervoud | maaswijdte |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van maaswijdte zijn vastgelegd.