lummel
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈlʏməlBetekenis
- kluns; vervelend en/of lomp iemand (meestal een jongen of man)
- draaibare verbinding van de giek of laadboom aan de mast
- gereedschap van beeldhouwers bij het gieten van brons
Hoe spreek je lummel uit?
/ˈlʏməl/
Lummel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ʏ | put |
| m | maan |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- vervelend, lomp of onbeholpen persoon, meestal een jongen of man pejorative
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lummels | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lummelen
- gebiedende wijs van lummelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lummelen
Vervoeging van lummel
lummelhele werkwoord
Herkomst
[1] mogelijk van Nedersaksisch lummel of Duits Lümmel "lomperik", in de betekenis van ‘onhandige vent’ aangetroffen vanaf 1700
Woordfamilie van lummel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lummels | meervoud | lummel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lummel zijn vastgelegd.