lotto
zelfstandig naamwoord /ˈlɔto/Betekenis
- een loterij met een inzet op één of meerdere getallen
- een spel met schijfjes op genummerde kaarten
Hoe spreek je lotto uit?
/ˈlɔto/
Lotto bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɔ | bot |
| t | tak |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lotto's | meervoud |
| lottootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| lottootjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘loterij’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824
Woordfamilie van lotto
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lotto's | meervoud | lotto |
| lottootje | verkleinwoord | lotto |
| lottootjes | verkleinwoord meervoud | lotto |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lotto zijn vastgelegd.