lotus
zelfstandig naamwoord ˈlotʏsBetekenis
- (Nelumbo nucifera) een waterplant met fraaie bloemen
Hoe spreek je lotus uit?
/ˈlotʏs/
Lotus bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| o | boot |
| t | tak |
| ʏ | put |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- bepaald soort waterplant met fraaie bloemen, Nelumbo nucifera
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lotussen | meervoud |
Herkomst
via Latijn lotus van Oudgrieks λωτός (lootós), in de betekenis van ‘waterlelie’ aangetroffen vanaf 1608
Woordfamilie van lotus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lotussen | meervoud | lotus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lotus zijn vastgelegd.