losse
bijvoeglijk naamwoord, werkwoordBetekenis
- laten
- zich laten
- achterwege laten (niet doen), verzuimen
- afleggen (bijv. een uitleg), achterlaten (bijv. een antwoord)
- goedkeuren, toelaten, toestemmen
- laten blijven, iets laten zijn
- zich iets openlaten (bijv. alle mogelijkheden)
Woordvorm
- verbogen vorm van de stellende trap van los
Woordvorm
- aanvoegende wijs van lossen
Vervoeging van losse
lossehele werkwoord
Herkomst
los met de uitgang -e