loggia
zelfstandig naamwoordBetekenis
- overdekte galerij, vroeger door zuilen of pilaren gedragen
- een balkon dat binnen het (schuine) dakvlak valt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| loggia's | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘overdekte galerij’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1886
Woordfamilie van loggia
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| loggia's | meervoud | loggia |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van loggia zijn vastgelegd.