Naar de inhoud

linguïst

beoefenaar van de taalkunde

linguïst

zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. beoefenaar van de taalkunde

Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)

Vorm Grammaticale informatie
linguïsten meervoud
linguïstje verkleinwoord, enkelvoud
linguïstjes verkleinwoord, meervoud

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘taalkundige’ voor het eerst aangetroffen in 1824

Woordfamilie van linguïst

Woordvorm Relatie Afgeleid van
linguïsten meervoud linguïst
linguïstje verkleinwoord linguïst
linguïstjes verkleinwoord meervoud linguïst

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van linguïst zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over linguïst

Wat is de betekenis van linguïst?
Linguïst is een zelfstandig naamwoord. De betekenis is: beoefenaar van de taalkunde.
Wat is het meervoud van linguïst?
Van linguïst geldt: het meervoud is linguïsten. De volledige verbuiging staat in de tabel op deze pagina.
Wat is het verkleinwoord van linguïst?
De verkleinvorm van linguïst is linguïstje, altijd met het lidwoord het. Het meervoud daarvan is linguïstjes.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord linguïst is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. L 3
  2. I 1
  3. N 1
  4. G 3
  5. U 4
  6. I 1
  7. S 2
  8. T 2
  9. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

linguïst levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. L 3
  2. I 2
  3. N 1
  4. G 3
  5. U 2
  6. I 2
  7. S 2
  8. T 2
  9. 17 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

linguïst in het kort

linguïst staat in dit woordenboek als zelfstandig naamwoord. Van linguïst staan er 3 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort linguïst bij een woordfamilie van 3 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

linguïst: beoefenaar van de taalkunde
Deel linguïst — standaardnederlands.nl