lijnzaad
zelfstandig naamwoord /ˈlɛɪnzat/Betekenis
- m.n. gebruikt om olie uit te winnen.
Hoe spreek je lijnzaad uit?
/ˈlɛinzat/
Lijnzaad bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɛi | trein |
| n | nek |
| z | zon |
| a | maan |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- zaad van vlas Linum usitatissimum, m.n. gebruikt om olie uit te winnen.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lijnzaadje | verkleinwoord, enkelvoud |
| lijnzaadjes | verkleinwoord, meervoud |
| lijnzaden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van lijn (is afgeleid van linnen) en zaad.
Woordfamilie van lijnzaad
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lijnzaadje | verkleinwoord | lijnzaad |
| lijnzaadjes | verkleinwoord meervoud | lijnzaad |
| lijnzaden | meervoud | lijnzaad |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lijnzaad zijn vastgelegd.