leuter
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- het mannelijk geslachtsdeel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| leuters | meervoud |
| leutertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| leutertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van leuteren
- gebiedende wijs van leuteren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van leuteren
Vervoeging van leuter
leuterhele werkwoord
Woordfamilie van leuter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| leuters | meervoud | leuter |
| leutertje | verkleinwoord | leuter |
| leutertjes | verkleinwoord meervoud | leuter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van leuter zijn vastgelegd.